Grip op hoeven…. mijn eerste cursusdag!


Weet jij het nog? Wat ik in mijn blog van januari heb geschreven? Het was een blog waarin ik jullie meenam in mijn hoofd, mijn hoofd dat helemaal in de war was, omdat ik niet meer zo goed wist wat ik moest doen. IJzers, geen ijzers, bekappen, natuurlijk bekappen…. O jeetje… wat heeft het me bezig gehouden…

Onder het genot van een bakje koffie neemt Hans ons mee naar de wereld van de hoef.

Het verhaal wat Hans Jacobse tijdens de info avond van de RRZVL vertelde, bleef maar in mijn hoofd rond spoken. Ik begreep echt wel dat zonder ijzers beter was, maar dit had ik al eens geprobeerd in de periode toen ik pas op Memory begon te rijden. Zou de manier van bekappen dan echt zo’n groot verschil uit maken? Ik had wel voorbeelden van paarden die natuurlijk (of anatomisch, hoe je het noemen wil) bekapt werden, maar over het algemeen waren het toch paarden die voornamelijk in de wei liepen en niet de kilometers langs de weg maakten, zoals Mems en ik dat doen. Maar gaande weg kreeg ik zo af en toe toch wel informatie van steeds meer mensen die ook over gestapt waren en die me niet alleen informatie gaven over de manier van bekappen, maar ook informatie gaven over de hoefschoenen die ze gebruikten.
Zo kreeg ik nog meer stof tot nadenken en om over te twijfelen.

Knopen hakken?
Ja, en wanneer besluit je nou werkelijk om over te stappen, want ik ben superbang dat het mis gaat, want naast de succesverhalen, hoor je natuurlijk ook de verhalen dat er paarden zijn die er supergevoelig van gaan lopen en ja, ik wil natuurlijk ook niet dat Mems pijn heeft. Maar ook deze zorgen werden door verschillende mensen weggenomen door de boodschap: ‘Neem de tijd die nodig is.’ Ok dat is allemaal makkelijk gezegd, maar in mijn hoofd komt dan meteen de vraag: ‘Hoeveel tijd heeft Mems nodig? En… stel ik doe het, kan ik dan wel meedoen met de 
Paarden4daagse in Ijzendijke die er in 2018 weer aankomt??’

Knoop in mijn maag.
Dit waren allemaal vragen die ik had. Maar de vraag die mij het meeste buikpijn heeft opgeleverd is: ‘Wat doe ik dan met mijn huidige hoefsmid?’ Veel mensen vinden dit misschien een belachelijke en onbelangrijke vraag, maar voor mij was dit een vraag die me wakker heeft gehouden. Weet je waarom? Ik heb namelijk een superlieve hoefsmid. Een hoefsmid die altijd voor ons klaar staat, die ook op de meest onmogelijke uurtjes nog even een ijzer onder slaat, omdat ik de volgende dag een zadel moet gaan passen in Nijkerk.
Eigenlijk wil ik mijn hoefsmid niet kwijt, want hij is altijd goed voor onze paarden, hij is rustig en betrouwbaar, maar ik kan ook niet van hem verwachten dat hij zijn werk doet vanuit een visie waar hij niet achter staat. Dus toen ik de knoop had doorgehakt om de stap te wagen heb ik mijn hoefsmid gebeld om hem op de hoogte te brengen. We hebben afgesproken dat ik hem op de hoogte hou en ik mocht hem altijd bellen als er iets is! Dit was voor mij dan ook een enorme opluchting.

Op cursus!                                                                  
In tussentijd had ik Hans Jacobse al blij gemaakt, want ik had met opgegeven voor de cursus ‘Grip op Hoeven’. Hans wil al heeeeel lang dat ik de cursus eens kom volgen, maar tot nu toe was ik nog niet overtuigd om werkelijk de stap te maken. Voor mezelf had ik wel bepaald dat ik het echt nog niet zie zitten om zelf aan de slag te gaan met Mems haar hoeven, maar ik wilde wel graag de cursus volgen, zodat ik begrijp waar we het over hebben.

14 oktober: de cursusdag!
We zijn begonnen met de theorie waarbij Hans met plaatjes duidelijk maakt hoe een hoef werkt. Eigenlijk best grappig om te zien dat een hoef een wereld op zich is. Tijdens de theorie werd ik weer met mijn neus op de feiten gedrukt hoe belangrijk de hoeven eigenlijk zijn. Hierdoor begreep ik nog beter dat ijzers een negatief effect hebben.
Achteraf vraag ik me wel af: ‘Wat zorgt er voor dat paarden dan zo sterk zijn, dat ze eigenlijk nog best lang kunnen functioneren op ijzers?’ Wie weet vind ik daar ooit antwoord op.

             

Dode paardenvoetjes.
Naast de presentatie had Hans ook een prachtige kist met voorbeeld hoeven. (In het begin is het wel een beetje gek en luguber idee om met dode paardenhoeven in je hand te staan, maar alles went, zullen we maar zeggen….)
Hans kon door deze hoeven nog beter het theoretische verhaal demonstreren. Voor mij was het fijn om te zien hoe de ‘botten’ in elkaar zaten, waardoor voor mij duidelijker werd hoe een paard beweegt en wat het effect is op de hoef. Ook de functie van het straalkussen en de invloed van de steunsels werden mij steeds duidelijker. Gaande weg vroeg ik me wel een beetje af: ‘Straks zit ik daar met zo’n dode paardenhoef op mijn schoot… en dan?’

Mes, vijl en kniptang! 
Na een lekkere lunch nam Hans ons mee naar de schuur waar er een aantal hoeven op een rijtje lagen. Voordat we werkelijk aan de slag met de hoeven gingen, leerde Hans ons eerst omgaan met ons materiaal. Hoe slijpen we onze messen,  hoe houden we ze vast en hoe kunnen we er mee snijden. Ook kregen we een prachtig blokje hout waarop we mochten oefenen met de vijl. In eerste instantie dacht ik: ‘Das toch simpel, gewoon een beetje heen en weer gaan met dat ding?’ Maar al gauw werd me duidelijk dat er meer bij komt kijken, vooral hoe je de druk verdeeld. Ook mochten we even onze kniptang testen op het blokje hout, ook daar mis ik nog wel wat vaardigheden.

Aan de slag!
Uiteindelijk mochten we een hoef kiezen om te bekappen. En ja, hoe begin je dan? Hans heeft ons stap voor stap er doorheen geloodst. Eerst begon ik met het schoonmaken van de zool, waarbij ik er achter kwam dat iedere zool ook weer anders is. Kijken is echt het allerbelangrijkste: wat zie je? Ook bij het weghalen van de steunsels, wat is steunsel en wat is zool? Best nog lastig te zien, maar met een beetje hulp van Hans kwam ik toch een heel eind. Daarna mochten we de hoefwand bijvijlen. We moesten goed kijken naar de zool en dat als uitgangspunt nemen. Ik had op 1 punt te veel weggehaald, waardoor de hoefwand te kort was geworden. Ik grapte dat mijn paard wel ongelukkig zou lopen na mijn bekapbeurt. En Hanse grapte terug: ‘Gewoon twee weekjes in de wei laten lopen en dan is het opgelost!’
Na de hoefwand mochten we proberen om de kwartierbogen aan te brengen en een poging wagen om een mooie mustangrol te vijlen.

Bij de tweede hoef mochten we aan de slag met de kniptang. Dat vond ik natuurlijk ook spannend, want met de kniptang heb ik het gevoel dat je dan wat grover werkt, dus ja…. knip ik dan niet te ver? Juist door dit te oefenen merkte ik dat je niet zomaar in het ‘levende’ deel terecht komt. Ik moet er nog wel een beetje op oefenen, want ook het gebruiken van de kniptang vraagt best wel wat vaardigheid.

De leermeester checkt even of we op de goede weg zijn.

Wat heb ik geleerd?
Tijdens deze dag heb ik echt veel geleerd, namelijk:

  • Kijken naar de hoef: wat zie ik? Wat betekend dit voor mijn paard? Wat is het gevolg dat de hoeven er zo uit zien? Uit welke onderdelen bestaat de hoef en wat kunnen we daar nu momenteel aan aanpassen?
  • Welke aandachtspunten zijn er: Hoe ziet de zool er uit, hoe lang is de hoefwand, hoeveel steunsel is er, hoe ziet de straal er uit en hoe zit het met de kwartierbogen?
  • Starten met bekappen: Op wat let ik, hoe wil ik dat het er uit kom te zien, met wat start ik, welk materiaal gebruik ik hier voor, hoe gebruik ik het materiaal en hoe onderhoud ik het materiaal?

Ik ben blij dat ik deze dag gevolgd heb, want het was heel leerzaam. Ik ben zelf nog te onzeker om zonder supervisie iets aan Mems haar hoeven te doen. Daarom heb ik contact opgenomen met iemand die me hierin verder wil helpen. Dus de volgende stap in ons avontuur kan weer gezet worden.

 

 


Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *